Genormeerde testen voor desinfectantia: de verschillende fasen op een rijtje

Elk desinfectiemiddel beroept zich op een bepaalde werkzaamheid t.a.v. een micro-organisme. Die werkzaamheid wordt in een wettelijke Europese norm vastgelegd. Om zich te kunnen beroepen op een bepaalde norm moet het desinfectans worden getest a.d.h.v. verschillende criteria, afhankelijk van het producttype. Deze testen moeten worden uitgevoerd conform de verplichte eisen van de norm, volgens beproefde statistische methodes.

Basisnormen: fase 1

De testen die in fase 1 worden uitgevoerd zijn kwantitatieve testen op organismen in suspensie. Dit is om na te gaan welke activiteit een desinfectans heeft t.a.v. bacteriën, schimmels of sporen, onafhankelijk van de specifieke toepassing van het product.

Op basis van een test in fase 1 kan nog geen aanspraak gemaakt worden op de werkzaamheid van een product of middel. Op EU-niveau werd beslist om tests van fase 1 niet langer te verplichten.

Toepassingstest: fase 2

In fase 2 wordt de werkzaamheid van een product in het labo getest in omstandigheden die representatiever zijn voor de reële praktijk en waarbij rekening wordt houden met verschillende parameters die het desinfectieproces beïnvloeden (temperatuur, contacttijd, aanwezigheid van interfererende stoffen). De testen in fase 2 bestaan uit twee stappen:

  • Stap 1 – kwantitatieve testen t.a.v. organismen in suspensie om na te gaan welke activiteit een desinfectans heeft t.a.v. bacteriën, schimmels, gisten, mycobacteriën (incl. TBC), virussen en sporen onder gestimuleerde toepassingscondities zoals deze zich in de praktijk voordoen.
    Deze testen tonen onomkeerbare afdoding aan micro-organismen. Dergelijk testschema levert nuttige informatie op m.b.t. de werkzaamheid t.a.v. micro-organismen in suspensie. Na droging, kunnen deze micro-organismen zich mogelijk aanpassen en ander gedrag vertonen.
  • Stap 2 – kwantitatieve labotesten t.a.v. organismen in suspensie om na te gaan welke activiteiten een desinfectans heeft t.a.v. bacteriën, schimmels, gisten, mycobacteriën (incl. TBC), virussen en sporen op een oppervalk of op de huid onder gesimuleerde toepassingscondities zoals deze zich in de praktijk voordoen (vb. zo zijn er oppervlakte testen, instrumenttesten, huidtesten voor handontsmetting, e.d.)
    Deze testen leveren gegevens op m.b.t. de werkzaamheid t.a.v. micro-organismen aanwezig op dode oppervlakken of op levend weefsel na droging of t.a.v. mirco-organismen aanwezig op levend weefsel na droging.

Om een concreet voorbeeld te geven:

  • EN 14563 is een fase 2, stap 2 test
  • EN 14348 daarentegen is een fase 2, stap 1 test

Beide EN normen drukken zich uit over de werkzaamheid tegen mycobacteriën, maar dus onder andere testvoorwaarden.

Praktijktesten: fase 3

Deze fase omvat testen op het terrein en in de praktijk. Voor dit type testen zijn momenteel nog geen toepasbare methodes beschikbaar, maar zijn in ontwikkeling.

 

Deel dit artikel:

Bart Leemans

Dit bericht is geschreven op 10 september 2018 door Bart Leemans.

Over Bart Leemans

Overzicht artikelen geschreven door Bart

©2020 tristel.com - Ontwikkeld door RobONTWERPT in samenwerking met Joyce Wever