Een infectueuze uitbraak in een zorginstelling: een groeiend probleem

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vormt een door bepaalde bacteriën opgebouwde weerstand, een steeds grotere bedreiging in onze moderne samenleving. Het brengt ons vermogen om een eenvoudige infectie te behandelen in gevaar. Dit probleem, “de superbug-crisis” genoemd, verwijst naar resistentie opgebouwd door bacteriën tegen antibiotica, die eerder tegen hen werden gebruikt. Door deze resistentie is men uitermate bezorgd over de doeltreffendheid van gangbare desinfecterende procedures.
Dit artikel geeft een overzicht van een aantal bacteriën en virussen die moeilijk te voorkomen zijn, en bespreekt verschillende desinfecterende procedures die kunnen gebruikt worden om een infectueuze uitbraak alsnog te voorkomen.

Staphylococcus aureus

Staphylococcus aureus is een groep bacteriën – niet altijd pathogeen – die een veelvoud van infecties kan veroorzaken. De impact van deze bacteriën, dikwijls stafylokokken of stafylokokbesmettingen genoemd, varieert van minder belangrijk tot levensbedreigend als en wanneer zij invasief worden 1.

De meeste Staphylococcus aureus-stammen reageren op antibiotica en kunnen gemakkelijk worden vernietigd. Helaas hebben sommige andere stammen een sterkere weerstand ontwikkeld waardoor ze kunnen overleven.
Methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) is een type Staphylococcus aureus dat eind jaren veertig resistent werd tegen Penicilline. Daarom werd Methicillin als een vervanging geïntroduceerd. In 1961 ontdekten  Britse wetenschappers echter dat Staphylococcus aureus ook hiertegen weerstand had opgebouwd, wat resulteerde in zijn naam: MRSA.

Later werd ontdekt dat de familie van antibiotica, bekend als bèta-lactams waartoe Penicilline en Methicilline behoren allemaal ineffectief waren tegen deze bacteriën.

In 2002 begon Vancomycin (een ander antibioticum) ook zwakheden te vertonen tegen enkele stammen van Staphylococcus aureus. Gebaseerd op zijn multiresistentie, pleiten  sommigen ervoor dat MRSA nu moet staan ​​voor “Multi-drug resistente Staphylococcus aureus” maar de oorspronkelijke naam (Methicilline-resistente Staphylococcus aureus) blijft nog altijd veelvuldig in gebruik.2

Wanneer niet-invasief, veroorzaakt MRSA milde huidinfecties zoals steenpuisten of impetigo. Als de bacteriën echter invasief worden, kunnen ze ernstige complicaties veroorzaken, zoals bloedvergiftiging, urineweginfectie, endocarditis en longontsteking.

Volgens de Britse National Health Service (NHS) kan MRSA worden overgedragen via huid-op-huid contact of via vervuilde oppervlakken of objecten. MRSA begon als een door het ziekenhuis opgelopen infectie (HA-MRSA), wat een zeer problematische situatie betekent.

Het risico van een uitbraak in een medische instelling blijft om de volgende redenen een groot probleem:

  • Er zijn een groot aantal patiënten samen binnen eenzelfde fysieke omgeving;
  • Patiënten hebben meestal een verzwakte conditie en zijn dus kwetsbaarder;
  • Patiënten hebben vaak verwondingen of wonden, wat kan leiden tot invasieve MRSA-infecties.3

Tegenwoordig deelt met MRSA op in twee groepen: een omgevingsgebonden MRSA-infectie (CA-MRSA) of via de  ziekenhuisomgeving (HA-MRSA). Bewustwording op scholen en het bevorderen van het handenwassen voor ouders én kinderen is daarom een van de belangrijkste aandachtspunten om de verspreiding van de bacteriën te voorkomen.

Clostridium difficile

Clostridium difficile (C. diff.) is een ander soort ziekenhuisinfectie. Deze grampositieve, sporenvormende anaerobe bacterie is het werkzame bestanddeel van Clostridium difficile associated disease (CDAD).4

Grampositief definieert het kenmerk van een bacterie met een celwand die bestaat uit een dikke laag aminozuur en suikerstoffen, peptigoglycan genaamd. Anaëroob betekent dat de bacteriën geen zuurstof nodig hebben om te overleven en zich te vermenigvuldigen. Deze eigenschappen laten C. diff. toe om de dikke darm binnen te vallen en het spijsverteringsstelsel te beïnvloeden.

Clostridium difficile-infecties (CDI) vindt men meestal bij patiënten die behandeld zijn met breedspectrumantibiotica. Die antibiotica, gebruikt tegen verschillende bacteriën, kunnen ook de natuurlijke bacteriën in de darm, die beschermen tegen C. diff., vernietigen. Wanneer dit gebeurt, kan C. diff. zich vermenigvuldigen en toxines produceren, wat resulteert in een milde tot ernstige ontsteking van de dikke darm, bekend als colitis. Dit veroorzaakt diarree, hoge temperatuur en pijnlijke buikkrampen.5

Wanneer C. diff. sporen produceert, verspreiden de bacteriën zich gemakkelijk via diarree. Deze sporen, een veel resistentere vorm van cellen, kunnen gedurende een aantal weken op voorwerpen en oppervlakken overleven. Ze kunnen zich ook verspreiden door de lucht, bijvoorbeeld tijdens het opmaken van een bed, of via de handen van mensen die in contact komen met geïnfecteerde patiënten of besmette oppervlakken. Omdat sporen dus lange tijd kunnen overleven, wordt het risico hoog dat de bacteriën het lichaam binnendringen (door uw neus of mond aan te raken nadat ze bijvoorbeeld een vervuild oppervlak hebben geraakt), tenzij ze worden verwijderd door grondige reiniging en het herhaaldelijk wassen van de handen.

C. diff. staat bekend als de grootste oorzaak van infectieuze diarree in ziekenhuizen. Volgens Public Health England, waren de C. diff.-infecties het hoogst in 2007 met 57.247 geregistreerde gevallen, terwijl MRSA in 2003 een hoogtepunt bereikte van 7.700 infecties. Tegenwoordig en sinds de invoering van verplicht toezicht zijn die aantallen in het Verenigd Koninkrijk aanzienlijk gedaald. Aan het einde van het boekjaar 2013 bedroeg het totaal 924 MRSA-bacteriëmie en werden 5.974 C. diff.-gevallen geregistreerd.6

Norovirus

In tegenstelling tot MRSA en C. diff. krijgt men het norovirus meestal via de onmiddellijke omgeving. Het norovirus is uiterst besmettelijk en kan gemakkelijk worden verspreid in openbare plaatsen zoals scholen, hotels, cruiseschepen enz..

Het norovirus wordt soms Small Round Structured Virus (SRSV), Calicivirus of Norvalk-achtig virus genoemd, maar wordt ook beschreven als maaggriep, voedselvergiftiging of winterbraaksel. Het is een niet-omhuld virus en, hoewel het in een levend lichaam niet erg lang kan overleven, heeft het, vergeleken met andere virussen, een hogere weerstand in de buitenomgeving.7

Het norovirus staat bekend als de meest voorkomende oorzaak van maag- of gastro-enteritis in het VK. Volgens de NHS duiken er in het VK elk jaar minstens 25 verschillende stammen op van het norovirus die tussen 600.000 en 1 miljoen mensen treffen.

Het virus is zeer besmettelijk omdat het gedurende langere tijd in de buitenomgeving kan overleven, zelfs bij extreme temperaturen. Mensen kunnen het heel gemakkelijk krijgen door de neus, mond of ogen aan te raken nadat ze in contact zijn geweest met een besmette persoon of verontreinigde oppervlakken of voorwerpen hebben aangeraakt. Het virus kan zich ook verspreiden door de lucht, waardoor het erg moeilijk te controleren is. Men kan het ook verkrijgen door voedsel of drinkwater dat bereid is of geserveerd wordt door iemand die ziek is of onlangs was. De ziekteverschijnselen zijn meestal mild, hoewel zeer onaangenaam, en is er geen echte remedie tegen. Symptomen zijn o.a. braken, diarree en koorts, wat tot uitdroging kan leiden.8

Hoewel het norovirus minder gevaarlijk is dan MRSA en C. diff. is het veel moeilijker te voorkomen. Een goede ontsmettingsprocedure, inclusief het herhaaldelijk wassen van de handen en een high-level desinfectie, is daarom essentieel om het aantal infecties te beperken.
MRSA, C. diff. en het norovirus zijn moeilijk te voorkomen, vanwege hun resistentie tegen antibiotica, door de aanwezigheid van sporen en door hun besmettelijke eigenschappen. Tegenwoordig is men bezorgd dat MRSA resistentie zou kunnen ontwikkelen tegen desinfecterende middelen, net zoals het deed tegen antibiotica. Dezelfde bezorgdheid heeft men over andere Multidrug Resistente Bacteriën (MRB) zoals Vancomycine Resistente Enterokokken (VRE) en Carbapenemase Producerende Enterobacteriën (CPE).
Enterokken en Enterobacteriën zijn bacteriën die meestal aanwezig zijn in de menselijke darmen. Ze kunnen echter ook leiden tot infecties, omdat ze resistent zijn geworden tegen sterke antibiotica en gedurende een aantal weken in de omgeving kunnen overleven. Een studie toonde aan dat VRE vier weken na een infectueuze uitbraak nog steeds op oppervlakken te vinden was en nog steeds levensvatbaar was.9

Het belang van een hoogwaardige desinfectie

Hoewel gevreesd wordt dat MRB resistent zouden kunnen worden tegen desinfecterende oplossingen, zoals ze deden voor antibiotica, bestaat hier nog geen  bewijs voor. De aanwezigheid van overlevende stammen na desinfectie, heeft, voor zover de industrie weet, niets te maken met een mogelijke weerstand en wordt in feite meestal veroorzaakt door andere factoren zoals een onvoldoende verdunning, verkeerde verhouding en / of onvoldoende contactmomenten.10

Er zijn tal van producten op de markt verkrijgbaar, maar hun antimicrobiële werking is soms te beperkt of zelfs ontoereikend. Bij de keuze van een desinfectans, moet men daarom bepaalde zaken in  overweging nemen.
Het product moet sterk genoeg zijn om sporen, bacteriën en het norovirus te doden en om een infectueuze uitbraak te voorkomen. De huidige richtlijnen van het ministerie van Volksgezondheid (UK) bevelen op chloor gebaseerde producten aan (bijvoorbeeld natriumdichloorisocyanuraat – NaDCC) wanneer er een C.diff.-uitbraak is. Natriumhypochloriet (NaOCI), een ander oxidatiemiddel wordt veel gebruikt voor het desinfecteren van oppervlakken in ziekenhuizen. In een aantal publicaties wordt de werkzaamheid van natriumhypocholoriet bij een concentratie van 5.000 ppm benadrukt. Op basis van die richtlijnen en rapporten neigt de industrie ernaar te vertrouwen op NaDCC en NaOCI op vlak van high-level desinfectie. Er wordt echter ook vaak op gewezen dat NaDCC en NaOCI niet compatibel zijn met alle soorten oppervlakken.11

NaDCC en NaOCI staan gekend als bijtend, schadelijk voor de gebruiker en slecht voor het milieu. Het is ook moeilijk om de juiste concentratie en de juiste contacttijd te bereiken. Die verschillen van fabrikant tot fabrikant en moeten voorafgaand aan elk gebruik zorgvuldig op het productetiket worden gecontroleerd.12

In enkele richtlijnen is sprake van chloordioxide (ClO2). De herziene editie van de Healthcare Cleaning Manual van de NHS bestempelt chloordioxide als effectiever dan chloor: de vereiste concentratie is lager, de werkzaamheid tegen sporen en andere pathogenen is bewezen en het is veiliger en sneller te gebruiken in vergelijking met hypochlorietproducten.13

Tristel Fuse Surfaces: een bewezen werkzaamheid

Tristel Fuse Surfaces is gebaseerd op de gepatenteerde chloordioxide-chemie van Tristel. Dit high-level desinfectiemiddel voor grote oppervlakken is sporicide, mycobactericide, virucide, fungicide en bactericide. Het is getest tegen een breed scala aan micro-organismen en bereikt een > 3 log₁₀-reductie tegen C.diff., een > 4 log₁₀ tegen het norovirus en een > 5 log₁₀ tegen MRSA, CRE en VRE. De contacttijd die nodig is om deze biocidale werkzaamheid te bereiken, bedraagt slechts 5 minuten!

Een karton Tristel Fuse Surfaces bevat 40 zakjes high-level desinfectiemiddel voor grote oppervlakken, dé oplossing om een infectueuze uitbraak te voorkomen.

Gebaseerd op de gepatenteerde chloordioxide-chemie van Tristel

De gepatenteerde chloordioxide-chemie van Tristel is gebaseerd op twee componenten: organische zuren (citroenzuur) en natriumchloriet (zout). De producten hebben een uitzonderlijke staat van dienst op vlak van gezondheid en veiligheid.

Behalve dat chloordioxide een veiliger en effectiever alternatief is voor NaDCC en NaOCI, kunnen pathogenen er ook geen weerstand tegen ontwikkelen. Het is een celvernietiger, wat betekent dat een micro-organisme zich niet kan aanpassen.

In een recente studie vergeleek de Healthcare Infection Society tweeëndertig ontsmettingsmiddelen op sporen van C.diff.. De ontsmettingsmiddelen omvatten chloordioxide, hypochlorietoplossingen, triamine, mengsels van quaternaire ammoniummengsels en perazijnzuur. Ze werden getest in een suspensietest op basis van de Europese norm BS EN 13704: 2002, met contacttijden van 1 en 60 min in schone en vuile omstandigheden. Deze studie identificeerde chloordioxide als het enige bestanddeel dat in staat was om, onder alle testomstandigheden, C. diff. te verwijderen van het membraanfilter.14

Wereldwijd maken ziekenhuizen gebruik van de gepatenteerde chloordioxide-chemie om een infectueuze uitbraak te voorkomen en om de desinfectieprocedures te verbeteren. In augustus 2012 hebben University Hospital’s Coventry en Warwickshire (UHCW) NHS Trust de uitdaging aangegaan om in alle ziekenhuisafdelingen 100 dagen vrij te zijn van C.diff.. Alle afdelingen hebben het doel bereikt, 70 % meer dan een jaar en zes daarvan zijn een indrukkwekkende 1.000 dagen vrij van C. diff..15

Vooraleer chloor dezelfde Tristel-sporicidewerking kan bereiken, moeten 25 tabletten worden verdund in 5 L water, wat resulteert in een oplossing die giftig is voor het personeel en bijtend is voor oppervlakken. Door de voortdurende innovaties is de chloordioxide-chemie van Tristel telkens snel en effectief beschikbaar, in één concentratie voor elke toepassing.

Meer weten over Tristel Fuse Surfaces

Tristel Fuse Surfaces, op basis van chloordioxide (CIO2), is een performant hoog niveau (high-level) oppervlaktedesinfectiemiddel met reinigende werking. Het is een snel én eenvoudig alternatief voor de gangbare toxische of irriterende desinfectieproducten (aldehyden, perazijnzuur, chloor) voor grotere oppervlakken, zoals muren en vloeren, in kritische zones.

Meer lezen?

  1. ‘NHS’ ‘Staphylococcal infections’ www.nhs.uk/conditions/Staphylococcal-infections/Pages/Introduction.aspx
  2. ‘National Institute of Allergy and Infectious Diseases’ ‘Methicillin-Resistant Staphylococcus aureus (MRSA)’ www.niaid.nih.gov/topics/antimicrobialresistance/examples/mrsa/pages/history.aspx
  3. ‘NHS’ ‘MRSA infection’ www.nhs.uk/conditions/MRSA/Pages/Introduction.aspx
  4. ‘Society for General Microbiology’ http://mic.sgmjournals.org/content/journal/micro/10.1099/mic.0.2008/016592-0?crawler=true&mimetype=application/pdf
  5. ‘NHS’ ‘Clostridium difficile’ www.nhs.uk/conditions/Clostridium-difficile/Pages/Introduction.aspx
  6. ‘Public Health England’ www.gov.uk/government/news/levels-of-healthcare-acquired-mrsa-and-c-difficile-infections-remain-stable
  7. ‘Health Knowledge’ ‘Norovirus’ www.healthknowledge.org.uk/public-health-textbook/disease-causation-diagnostic/2b-epidemiology-diseases-phs/infectious-diseases/norovirus
  8. ‘NHS’ ‘Norovirus’ www.nhs.uk/conditions/Norovirus/Pages/Introduction.aspx
  9. ‘Building Better Healthcare’ ‘New superbugs threatening UK hospitals’ www.buildingbetterhealthcare.co.uk/news/article_page/New_superbugs_threatening_UK_hospitals/102416
  10. ‘Institute of Validation Technology’ ‘Sanitization of Pharmaceutical Facilities’ www.ivtnetwork.com/article/sanitization-pharmaceutical-facilities
  11. ‘Torbay and Southern Devon Health and Care’ ‘Clostridium Difficile’ www.sdhct.nhs.uk/uploads/g0914-c-diff-protocol.pdf
  12. ‘Staph Infection Resources’ ‘How to disinfect, clean and kill MRSA’ www.staph-infection-resources.com/prevention/infection-control
  13. The Revised Healthcare Cleaning Manual, NHS, Pages 159-160 – Dual function hypochlorite cleaner/disinfectants
  14. Journal of Hospital Infection, Volume 79, Issue 1, September 2011, Pages 18-22 – Evaluation of the sporicidal activity of different chemical disinfectant used in hospitals against Clostridium difficile
  15. The Clinical Services Journal, Why disinfect when you can Tristel? August 2015, Pages 6-7
Deel dit artikel:

Marketing-team

Dit bericht is geschreven op 14 augustus 2018 door Marketing-team.

Over Marketing-team

Overzicht artikelen geschreven door Marketing-team

©2022 tristel.com - Ontwikkeld door RobONTWERPT in samenwerking met Joyce Wever